Logo cuijksweekblad.nl


Foto: Marcel Witlox

Bijnamen

  Column

Laatst ontving ik van een al lang in Cuijk wonende Gravenaar een verhelderende beschouwing over Kuukse bijnamen. Vooral in kleine woongemeenschappen is de bijnaam sterk vertegenwoordigd. Toen Cuijk nog Kuuk was na de oorlog met 5000 inwoners. De schrijver heeft geen wetenschappelijk onderzoek gedaan maar zijn boerenverstand laten ratelen. Een bedenker van een bijnaam is diplomatie vreemd. Daarom kan een bijnaam soms hard aankomen ook zelfs wanneer deze humoristisch bedoeld is. Leedvermaak zal nooit gewaardeerd worden door het lijdend voorwerp zelf. Kwaadwilligen zullen altijd proberen de bijnaam als scheldnaam uit te leggen. Maar een bijnaam kan helemaal niet denigrerend bedoeld zijn. Soms het tegenovergestelde: waarderend. In zijn relaas geeft de schrijver aan dat bijnamen net als Kuukse liedjes niet verloren mogen gaan want het hoort bij de Cuijkse historie. Helaas blijkt vaak een lichamelijk gebrek of uiterlijke aanleiding voor een bijnaam. Mensen met rood haar krijgen de bijnaam 'de rooie', eentje zonder haar 'een kale knikker' of een jongen die vaak een loopneus heeft: de snotpin. In zijn analyse onderscheidt de speurneus verschillende criteria. Bijvoorbeeld afkomst of woonplaats (Kuukse Nöler of Heimus), beroep (de Mulder, Grad Heur of d'n Houtwurm), een gebrek (den Bult of Grad Kin), afwijkend gedrag (Stalen Jezus of Manke Nelis), bijzondere vaardigheid ( 't Vliegend Evangelie) of vergrijp tegen de wet (de Kippendief). Ook worden eigenlijke namen van personen nogal eens verdraaid tot Huub de Kruus, de Loef of d'n Broer. Op de cd Kuuks muzikaal erfgoed is het scheldnamenlied te horen. Daar komen Kuukse personages uit vroegere tijd voorbij. Om twee cafés beide van een Martensfamilie te onderscheiden zat je in de kroeg van d'n Dolle of bij de Piel. Sommige bijnamen zijn tegenwoordig moeilijk meer naar afkomst te achterhalen. In Cuijk zullen toch beslist mensen rondlopen die dat nog wel weten. In de jaren vijftig, zestig mensen woonden hier: d'n Bommenwerper, de Foep, Coba Krulteen, d'n Bloedworst, Poepenbal Nel, of de Knoerrel. Ook laat de schrijver weten dat hij een flinke blonde meid kende die nog al eens van hand tot hand ging. Zij had de geweldige bijnaam 'de Wisselbeker'.

Meer berichten

Shopbox