Ger Keijzers, 'troubadour' van Cuijk

Ger Keijzers, troubadour van Cuijk, geboren (1952, red) en getogen Cuijkenaar, geniet van het leven en de muziek. Zijn liedjes, vaak in het Kuuks, brengt hij regelmatig ten gehore, waarbij hij zichzelf begeleidt op gitaar.

Door Lidwien Buné en Josje Goos

Ger: "Op de Aloysiusschool waren de fraters veel met muziek en zangles bezig. Ik mocht al vroeg bij het jongenskoor, waar wij in bruine korte broek, stropdas en geel bloesje zo nu en dan in de kerk mochten zingen. Toen ik 16 jaar oud was heb ik met anderen jongerenkoor 'Sjaloom' opgericht. Deken Van den Akker vond wat wij toen zongen niet passen in de kerk. Na zijn overlijden kwam pastoor Toebes en die vond het prima! De kerk was stampvol als wij zongen, ik kon lekker muziek maken en ging tóch naar de kerk. Later zong ik bij Black and White Generation, Zang Veredelt, Nuit d'Art en Cantilene."

Op zijn 17e hing zijn leven aan een zijden draadje: hij lag een week in coma door koolmonoxidevergiftiging en had daarbij een bijna- doodervaring. Daar heeft hij lang met niemand over kunnen praten, daarom las hij er veel over, totdat hij gelijkgestemde mensen tegenkwam via netwerk 'Nabij- De- Dood Ervaringen'; de puzzelstukjes vielen op hun plek. Door deze ervaring is Ger anders in het leven gaan staan, voelt mensen beter aan, maar loopt wel tegen muren op.

Ger: "Ik ben het onderwijs ingegaan, heb voor verschillende klassen gestaan in het reguliere, speciale en voortgezet onderwijs. Ik had altijd mijn gitaar bij me. Er was soms een korte pauze nodig met een liedje, dat gaf wat ontlading en energie tijdens de les, of ik maakte een simpel liedje voor een bepaalde gelegenheid.

Het was niet altijd eenvoudig om voor de klas te staan, ik kreeg een burn- out. Uit een test bleek dat ik een vrij hoog IQ had. Er werd mij verteld dat ik overal tegenaan liep omdat ik verbanden zag en aangaf, die anderen niet (wilden) zien en die niet gezegd mochten worden. Daarom pas ik niet goed in systemen. Negen jaar geleden stopte ik met het onderwijs, omdat het beleid me erg tegen begon te staan."

Ger begon toen voor zichzelf en doet nu alleen wat hijzelf zinnig en interessant vindt. Hij heeft onder begeleiding zelf een gitaar gebouwd en hij heeft veel getekend. Zijn passie is liedjes maken, aanvankelijk op bestaande melodieën zoals zijn eerste liedje 'De Kuukse stroate' (1999) dat hij op de wijs van 'Streets of London' schreef. Later schreef hij muziek voor eigen gedichten. Deze liedjes maakt en zingt Ger graag voor hen, die niet meer zo goed in staat zijn contact te leggen. Regelmatig speelt hij in huiskamers van verzorgingshuizen in Cuijk en wijde omgeving. Daar is het idee ontstaan voor het lied Ge kiekt mien àn:

Ge kiekt mien àn en ik zie in òuw oge/ ge wilt wà zêgge, mar 't kumt 'r nie vân./ D'r gebeurt zôveul in dieje kop dorbove/ 't liekt wel of 'r niks mêr kân.

Wà wilde mien nou êêgelijk nog zêgge/ Wor binde mì bezig, wà wilde nog kwiet/ Ik weet wel dè g't nie mêr üt kunt lêgge,/ 'tis jòmmer, begriepe doe'k 't nie.

Òuw hele lêêve hêdde kunne proate/ Ovver vân âlles en mit iedereen/ Nou vüld' ouwêge vân âlles verloate/ Wà gebeurt 'r nou toch um ouw hin.

Refrein: Hulpeloos komde op de wereld/ En hulpeloos goadde d'r vânaf/ Êêgelijk is 't ok nie eerlijk/ Ge vült 't meschien wel âs 'n straf.

Sommige liedjes van Ger gaan over mensen die door dementie aftakelen. Soms valt het zwaar om voor hen te zingen, vooral als hij ze vroeger in het volle leven heeft gekend.

Meer berichten