Logo cuijksweekblad.nl


Cuijkenaar John Jansen met zijn kleinkinderen Lynn en Sem. (foto: eigen foto)
Cuijkenaar John Jansen met zijn kleinkinderen Lynn en Sem. (foto: eigen foto)

Erg herkenbaar met oranje hoed

Hij staat op dinsdag 17 juli voor de 37e keer aan de start van de Nijmeegse Vierdaagse. Geboren en getogen Cuijkenaar John Jansen (59) heeft het Vierdaagevirus in zijn bloed. "Officieel is het voor mij de 36e keer. Een keer heb ik de veertig kilometer gelopen terwijl ik vijftig kilometer moest lopen. Ik sta alleen aan de start, maar onderweg praat ik met iedereen."

door Jos Janssen

Het begon voor John Jansen allemaal in 1976: "Samen met Jan en Riet van Kruisbergen en Henk Scheepers kwamen we op het idee om de Vierdaagse te gaan lopen. Je kent dat wel: potje bier, grote mond. Op vrijdagavond gingen we oefenen bij Van Kruisbergen thuis op de Heeswijk daarna gingen we naar zaal Kaak in Beers. Wij waren eigenlijk niet zo van dat trainen."

John is een zoon van een boerenfamiliebedrijf aan de Witte Poort (nu oude Hapseweg). John: "Ik stond altijd heel vroeg op. Ging eerst de koeien melken en snel werden we naar Nijmegen gebracht. In al die jaren heb ik een paar Vierdaagses gemist. Op vrijdags zat ik dan in Cuijk twee minuten langs de kant te kijken. Vlug naar huis want daar kan ik niet tegen. Zelf lopen dat is 't."

Trainen doet hij nauwelijks: "Van de voordeur naar de auto. Het zit vaak tussen de oren. Ik heb sterke voeten. Op maandag laat ik door mijn vrouw Carolien voor de hele Vierdaagse de voeten aftapen. Twee banen onder de tenen en drie banen bij de hakken. In het begin liep ik op zondagse schoenen of platte gympies van vijf gulden. Nu heb ik echte wandelschoenen. "

Hij heeft tegenwoordig ook vaste rustpunten. "Vroeger was het gaan met die banaan. Je moet nooit harder lopen dan je eigen tempo. Dan ga je er onder door. Ook met beetjes eten, beetjes drinken. Niet teveel tegelijkertijd. Tijdens de tweede dag kreeg ik een keer ontzettende dorst. Toen ik een koe in de wei zag staan, heb ik haar gemolken en de melk opgedronken. Dat was heerlijk. Vroeger liep ik veel harder. Nu ben ik rond de klok van half elf in Cuijk op de vierde dag. Dan is het toch nog achttien kilometer. Beetje saaie weg, maar door de vele mensen langs de kant wordt je vooruit "gedragen" De intocht is gewoon kippenvel. Ze herkennen me aan mijn oranje hoed. Bij de start probeer ik iedere dag altijd vooraan te staan. Pak daarom al de vroege trein om nog wat bij te kletsen met vele lopers die je in al die jaren hebt leren kennen. Aan dat gedrang daar heb ik een gruwelijke hekel."

Tot zijn 40e Vierdaagse loopt John zonder te trainen: "Daarna zal het wel moeten. Ik ga door tot het fysiek niet meer kan of ik tussen zes planken lig."

Meer berichten

Shopbox